16 januari 2006
Uit de weblog van Hilda de Reus
Alkmaar
ondag (15 januari 2006) zijn we met vrienden
naar de Rietschoot geweest, naar een Irish&Folk Band.
Bangers & Mash is een akoestische folkband van Nederlandse bodem.
Hun repertoire bestaat voor het grootste deel uit Ierse liedjes.
Maar ook uit ballads en wat gouwe ouwe en ook Nederlandse en Franse liedjes.

Ja verschrikkelijk leuk en gezellig met natuurlijk een borreltje erbij.
Was helemaal te gek!
Reuze gezellig daar dat gaan we meer doen.
20 maart 2005
Opnieuw koffieconcert Nederlandse Caravan Club
Waarland

ondagmorgen
koffie drinken. Ook nu weer muziek natuurlijk.
Uitgenodigd waren "Bangers and Mash", zingers van Ierse zeemansliederen. Bekende
en onbekende liederen werden over ons uitgestort.
Afgesloten werd met een heel bekend lied, waarbij we lekker mee konden klappen.
Eerst vier keer, daarna twee keer.
Overgenomen van http://www.ncc.nl/
11
juli 2004
Optreden op Park Podium Bosch en Duin
Breukelen

......... Ierse
Whiskey
oe anders was het na de pauze toen Bangers en Mash ('puree met
worstjes') hun Ierse liederen ten gehore brachten: drinkliederen,
strijdliederen, en ballades. Hun enthousiasme spetterde van het podium af en
sloeg direct over op het publiek. Een en al vrolijkheid kwam vanaf het podium en
het optreden eindigde dan ook met een enthousiast meeklappen en meezingen. Het
publiek liet zich deze middag de sandwich van park podium weer goed smaken: de
melancholieke klezmer en de uitbundige Ierse folkmuziek.
Overgenomen van www.parkpodium.nl
28 maart 2004
Koffieconcert Nederlandse Caravan Club
Waarland

ijdens de
zondagmorgenkoffie was het kleine orkest (De violiste kon er niet bij zijn) met
de naam Bangers & Mash uitgenodigd om voor ons op te treden. Zij spelen en
zingen Ierse zeemansliederen, die zij naar eigen zeggen hebben geleerd van Ierse
collega's bij de Hoogovens (Corus). Op hun website is er meer van hen te vinden.
Het was een leuk optreden met onbekende en bekende liederen en zij oogstten veel
enthousiasme.
Overgenomen van http://www.ncc.nl/
5 september 2002
Terug van weggeweest
3 weken Ierland: Water en muziek (slot)
Conclusie: Ook in Ierland na regen zonneschijn!
ondag 14 juli
was de eerste mooie dag met veel zon en natuurlijk hadden we juist die dag
uitgekozen om naar de volgende camping, in de buurt van Athlone, te gaan.
Iedereen kon dus een groot deel van de dag van het mooie weer genieten, maar dan
van achter het glas in de auto.
Gelukkig waren de daaropvolgende dagen ook niet onaardig. Hoewel de camping van de bijzonder aardige (en zelfs redelijk Nederlands sprekende) John Kelly eigenlijk nog geen halve ster verdiende, maakten we er het beste van. Ook hier deden de venijnige steekmugjes, de midgies, weer flink van zich spreken en versjteerden meestal het gezellig nazitten na het avondeten. Daarom werd de nabijgelegen pub "The Dog And Puck" meerdere malen bezocht en getrakteerd op een akoestisch optreden. De eigenaar vond het prima en de gasten genoten met volle teugen, getuige het vele applaus en meezingen.
Op dinsdag
stond een optreden in de Yucon bar in Mullingar op het programma. We verheugden
ons erop, omdat we er ook twee jaar geleden veel succes hadden. Maar, met de
planning van de evenementenagenda van de Yucon was iets misgegaan. Nou is dat in
Ierland niets bijzonders. Ieren houden niet van plannen; het schept alleen maar
verplichtingen en die moet je dan ook nog nakomen.
Wat bleek?
Het was ons al opgevallen, dat er uitzonderlijk veel vrouwen in de Yucon waren.
De bandleden keken daar natuurlijk in eerste instantie h
elemaal
niet van op, we zijn dat immers wel gewend. Maar de dames kwamen helemaal niet
voor ons. In het achterste deel van de Yucon had zich al enige tijd een
waarzegger geïnstalleerd en met groot succes. De man had een enorme
aantrekkingskracht op de Ieren en met name op die van het vrouwelijk geslacht.
Elk kwartier ging een van de dames naar achteren en kwam er een terug, die dan
giechelend haar verhaal deed aan haar vriendinnen. En wij maar spelen en zingen!
Gelukkig waren er ook cafégangers, die toch wel voor de muziek kwamen of ons
alleen maar duldden als achtergrondje voor hun Guinness. De eigenaar was echter
zeer enthousiast en dat deed ons besluiten toch een goed gevoel van de avond
over te houden. Rond half twee 's nachts zetten hij en zijn vrouw ons bovendien
een uitgebreide Chinese maaltijd voor, vergezeld van een speciaal uit Canada
geïmporteerd drankje met een alcoholpercentage van rond de 60 procent, dat
behoorlijk scheutig werd ingeschonken. Gelukkig is chauffeur Peter
geheelonthouder en had chauffeur Wielklem in zijn bus een poging tot slapen
gedaan. Willem had overigens wel met succes zijn gebruikelijke gastoptreden
gedaan, met een keuze uit zijn Nederlandstalige repertoire bestaande uit "Kettlebinky"
en "The clock of Arniemioeden".
Woensdagavond werd er, overmoedig geworden door het feit, dat het al een tijdje redelijk weer was, dan toch de eerste (en tevens enige) barbecue gehouden. We hadden flink uitgepakt en de plaatselijke middenstand een stevige "boost" gegeven. Willem deed er met zijn eigenhandig gevangen forel nog een schepje bovenop. De 3 "one time bbq's" deden het uiteindelijk allemaal en de geroosterde delicatessen werden door iedereen met veel smaak verorberd. De jeugd had nog een laatste ronde met marshmallows, waarna de volwassenen de zaak completeerden door alles wat los en vast zat op het vreugdevuur te deponeren. Eigenaar Kelly keek wat bedenkelijk, maar hield toch zijn mond. Na een half uurtje doofde het vuur en namen de midgies weer bezit van de camping. Het was de laatste avond in Athlone, dus zochten we de pub nog een keer op.
Donderdag 18 juli begon 's morgens vroeg erg vochtig en dus met bedenkelijke gezichten, maar nadat de tenten waren leeggehaald en een vluchtig ontbijt was genuttigd, konden rond half elf de tenten toch weer geheel droog in de auto's worden gepropt en werd koers gezet naar een guesthouse in hartje Dublin. De reis naar Dublin duurde even lang als de rit in Dublin zelf, maar rond half twee werd het doel bereikt. De auto's werden in een veel te kleine parkeerplaats geperst en het reisgezelschap zette te voet koers naar de Jameson distilleerderij, waar de inmiddels nerveuze Lowie een excursie had laten organiseren. Vermeldenswaard is, dat onze eigen "Bob" Peter tijdens deze excursie zich over zijn aversie jegens alles dat maar riekt naar alcohol wist heen te zetten; door alleen aan de verschillende whiskeysoorten te ruiken wist hij tóch zijn certificaat van whiskeyproever te behalen. Opvallend is overigens ook, dat je in Ierland eigenlijk overal met je kinderen in een pub terecht kunt, behalve in die grote wereldstad Dublin. Dit beperkt de mogelijkheden als gezin toch wel wat!
Vrijdag 19 juli en zaterdag 20 juli stonden geheel in het teken van de heenreis, maar dan in omgekeerde volgorde. Zonder noemenswaardige voorvallen, behalve een muzikaal duo op de bootreis van Dublin naar Holyhead, dat ons aan een paar muzikale ideeën hielp, bereikte iedereen voorspoedig de veilige thuishaven.
Tot
slot nog dit: Onze complimenten aan de "niet-muzikanten" die meegingen en die
door hun gezellige bijdragen het de muzikanten mogelijk maakten zich veelvuldig
bezig te houden met hun hobby: de Ierse folkmuziek. We hebben veel inspiratie
opgedaan en zitten boordevol plannen voor een nieuwe, inmiddels derde CD. U zult
nog van ons horen!
En dan nog even dit: Het weer in Ierland mag dan misschien te wensen over laten (een Ierse zanger zei tijdens een optreden eens: "What this country needs is a roof over it" en daarmee kunnen wij het hartgrondig eens zijn), het is en blijft een fantastisch land om, anders dan anders, op vakantie te gaan …
19 augustus 2002
Terug van weggeweest
3 weken Ierland: Water en muziek (deel 3)
County Donegal: Achtergebleven of ongerepte natuur?
et is een
druilerige ochtend in Dungloe, County Donegal, Noord-West Ierland.
Weer zo’n dag waarvan je denkt: Te goed om in je tent te blijven maar
zonnebrandolie is ook niet nodig.
Na een
kort onderling beraad zijn we van mening, dat een dagje toeren in de auto een
goed alternatief is. We zijn voor het eerst in dit ruige deel van Ierland en
willen ook het meest noordelijke deel van de republiek hebben gezien. Men zegt,
dat County Donegal nog steeds een van de meest oorspronkelijke delen van Ierland
is en dat willen we zelf wel eens beleven. Na het raadplegen van de kaart zetten
we koers in noordelijke richting en besluiten lan
gs
het Glenveagh National Park te rijden en te zien, of we Fanad Head, een naar men
zegt schitterend uitkijkpunt op een van de meest noordelijke punten van
Ierland, binnen een redelijke tijd kunnen bereiken. Toen wisten we nog niet,
dat we het antwoord al snel zouden krijgen …
De wegen
in Ierland zijn overduidelijk aan verbetering onderhevig. De EU en de
vooruitgang dragen hier een duidelijke steen (!) aan bij. Maar, County Donegal
lijkt helemaal achter in de rij te staan. Blijkbaar denken de wegenbouwers: Eens
een uithoek, altijd …….
Na een
kleine drie kwartier te hebben gereden stoppen we in een dorpje, waarvan ik de
naam allang weer ben vergeten, om wat proviand voor de rest van de dag in te
kopen. In de buurtsuper treffen we het eigenaarsechtpaar, dat ons uiterst
vriendelijk ontvangt en natuurlijk onmiddellijk ziet, dat wij geen Ieren zijn.
Na het gebruikelijke “Where are you from?” kan ik het natuurlijk niet laten om
te vertellen, dat we deel uitmaken van een Nederlandse band, die Ierse liedjes
zingt. “Nou, dat soort bandjes zijn er bijna niet meer in Ierland. Natuurlijk
komen wereldtoppers als Clannad, Enya en Altán uit deze county, maar ja, onze
eigen songs, die horen we nauwelijks meer; we horen alleen nog instrumentaal
gejengel uit de pubs oprispen”, aldus de aan één stuk doorpratende eigenaresse.
“Jullie kunnen hier goud verdienen; de mensen zullen het zalig vinden!”. Maar
als ik dan in een flits denk aan dag in dag uit optreden voor uitzinnige zalen,
uren handtekeningen uitdelen en het hele jaar reizen, besluit ik het gesprek te
beëindigen. Terwijl ze de versnaperingen afrekent lispelt ze, dat we maar een
dure smaak hebben. “Wij zijn niet van die zuinige Nederlanders” denk ik bij
mezelf, maar ik zeg het niet hardop. Natuurlijk niet!
We gaan verder.
De
rand van het Glenveagh National Park duikt op. Aan de voet van een machtige
bergrug rijden we door een prachtig stuk natuur. Dit is toch Ierland op zijn
mooist. Maar de illusie is van korte duur. Even schrikken we ons te pletter en
denken, dat de auto’s aan alle kanten uit elkaar beginnen te vallen. Maar de
borden langs de weg stellen ons gerust: “Major road works ahead” en “loose
chippings, 20 mph” zijn twee van de kreten, die we onderweg vaker hebben gezien.
Toch is
het hier anders. De kuilen in de weg zijn dieper en de bobbels hoger en ze maken
veel meer lawaai! De gemiddelde snelheid daalt dramatisch en we vrezen voor het
verdere verloop van ons dagje uit. Na enkele kilometers hebben we geen idee meer
waar onze nieren zijn gebleven en je hoofd stilhouden blijkt een onbegonnen
zaak. Waar blijven toch die “major road works”? Het enige, dat we al die tijd
tegenkomen, zijn enorme gaten in de weg, gigantische bergen keien en grof en
fijn grind en een paar geparkeerde auto’s. In de verste verte is geen wegwerker
te bekennen en aan het aantal wegenbouwmachines te zien wordt alles nog
uitsluitend met de hand gedaan. Het verbeteren van deze weg kon nog wel eens een
paar decennia gaan duren. Het budget is blijkbaar wat klein uitgevallen.
Maar
na regen komt zonneschijn, zelfs in Ierland. We naderen Termon en daarmee het
einde van de meest verschrikkelijk weg in Ierland, waarop we ooit hebben
gereden. We besluiten nog maar eens de kaart te raadplegen om te zien, of we nog
op de goede weg zijn. Dit blijkt het geval. We passeren Millford, maar na zo’n
15 minuten horen we iemand zeggen: “Volgens de kaart zou het water van Mulroy
Bay links moeten liggen, maar hier ligt het aan de andere linker kant”. We
hadden dus toch de verkeerde weg genomen en hadden de pest in. We waren echter
niet bereid weer helemaal terug te rijden naar Millford en we besloten dan maar
naar Rosguill te gaan. Dit moet ook mooi zijn, want de kaart heeft het hier over
de aanwezigheid van een “Atlantic drive”.
Deze is
inderdaad overweldigend. Wat kan de natuur toch prachtig zijn. Hier waan je je
in het Ierland, zoals dat wordt geschetst in de verhalen: woeste natuur,
schuimkoppen op een blauwe oceaan, de meest fantastische luchten, wind en vogels
en een heerlijk vrij gevoel. We besluiten de auto te parkeren en een tijdje
onbevangen te genieten van al dit moois. We dromen weg, liggend in het gras.

Maar, de
tijd vliegt. De dag is inmiddels al flink gevorderd en we hebben nog een
behoorlijke terugreis voor de boeg. We besluiten nu onder het Glenveagh National
Park door terug naar Dungloe te rijden. Immers, een slechtere weg dan de
heenreis is absoluut niet mogelijk. Gelukkig kregen we gelijk. De “groene” route
vanuit Church Hill naar An Dubhcharaid duurt zo’n drie kwartier en is
adembenemend. Nadat enkele motorrijders ons voorbijgingen en we door een luid
toeterende auto met een viertal uitzinnige Gaelic Football fans in een stofwolk
werden gezet, hadden we de rit van ons leven. Je wist niet waar je kijken moest.
Zoveel schoonheid en rust! En op het hele stuk is werkelijk niet één tegenligger
ons gepasseerd. Dit is in ons land toch onvoorstelbaar!
Na deze
enerverende tocht besloten we ’s-avonds eens niet zelf eten te koken, maar ons
te laten verwennen in de plaatselijke bistro. Na een uitstekende maaltijd en een
paar pints in de pub zochten we met een in alle opzichten voldaan gevoel de
slaapzak maar weer eens op.
Donegal is nog ongerept maar Koning Welvaart mag hier best wat langer logeren!
Volgende week meer.
11 augustus 2002
Terug van weggeweest
3 weken Ierland: Water en muziek (deel 2)
ndanks
het late uur van slapen gaan de vorige avond kwam iedereen rond 07.00 uur die
vrijdag zijn tent uit. Er moest immers een lange rit worden gemaakt naar camping
Carrowkeel van de Nederlandse eigenaar en vriend Alex Peters in Ballyvary, een
piepklein dorpje in de buurt van Castlebar in county Mayo aan de westkust.
De reis verliep voorspoedig, wat niet kon worden gezegd van de
aankomst. Krakend en stijf stapten we uit en na een korte begroeting van Allan,
de
meestal goedgehumeurde assistent van de op dat moment afwezige Alex, zochten we
een geschikte plek om ons kamp op te slaan. De auto’s van Lowie en Peter zaten
echter meteen vast in de door de regen van de afgelopen weken volledig
doorweekte grasmat van de camping. Een poging van Jeroen om Lowie er met zijn
auto even uit te trekken strandde na korte tijd, daar de koppelingsplaten door
middel van uitbundige rooksignalen aangaven er schoon genoeg van te hebben. Het
busje van Willem was een stuk robuuster en na het nodige trekwerk met behulp van
een polsdikke sleepkabel van Alex stonden beide auto’s weer op de rails. Alex
raadde ons vriendelijk doch dringend aan, zijn mooie grasmat vooral te ontzien
en met de auto's op het asfalt te blijven.
Tot ieders verbazing begon even later de zon plotseling weer te
schijnen, zodat er een echt “camping-buitengevoel” ontstond, dat pas weer
verdween met de komst van de midgies. Midgies zijn hele kleine, uiterst
irritante Ierse steekmugjes, die de vervelende gewoonte hebben om ’s avonds in
grote getale om de campingbewoners te zwermen, die door hen als voedzame
maaltijd
worden beschouwd. Hierop volgen dan een aantal verschillende reacties. De een
gaat met een boek in zijn auto zitten, de ander sluit zich op in zijn tent, weer
een ander smeert zich met iets vies in en gaat stug door met vissen, een aantal
volhouders probeert koffie te drinken, onderwijl zwaaiend en meppend met de
armen, een tijdschrift of pet en een enkeling blijft moedeloos heen en weer
lopen om de midgies vóór te blijven. Kortom: van normaal intermenselijk
campingcontact kon geen sprake meer zijn, hoewel het voor medekampeerders in de
caravans een vermakelijk tafereel moet zijn geweest.
Tijdens een avondwandelingetje voor het slapen gaan ontdekken
Lowie en Jeroen en hun “gezinnetjes” een paar volledig overwoekerde huizen in
een voormalig landbouwgebied dat, na te zijn verlaten, door de natuur is
teruggevorderd. Waarschijnlijk is dit een direct gevolg van “The Great Famine”,
de hongersnood, die door de mislukte aardappeloogst in 1847 ontstond en de
bevolking van Ierland door dood en emigratie terug deed lopen van 8 naar 3
miljoen inwoners. De Engelsen, die het in die tijd voor het zeggen hadden in
Ierland, staken geen hand uit om te helpen. Integendeel: het “Ierse probleem”
zou zich met het verminderen van het aantal inwoners op den duur vanzelf
oplossen, zoals gezegd schijnt te zijn in Engelse regeringskringen.

Ook de zaterdag stond een beetje in het teken van de geschiedenis
uit die periode. Terwijl een deel van het gezelschap een rustig dagje op de
camping wel zag zitten, ging een andere deel naar het plaatsje Kilkelly om uit
te zoeken, wat er op basis van feiten uit het gelijknamige lied aan
overblijfselen nog is te vinden. Het onderzoek leidde onvermijdelijk naar de
plaatselijke pub, waar de herbergier na binnenkomst een paar brokken turf in de
open haard aanstak, teneinde de kou uit de pub te verdrijven. Dit lukte, maar er
ontstond een dermate grote rookontwikkeling, dat ademhalen problemen ging geven.
De buitendeur werd opengezet om frisse lucht binnen te halen, maar zó werd de
warmte weer verdreven! De herbergier schudde fatalistisch zijn hoofd, schonk nog
maar eens een pint o’ Guinness in en vervolgde zijn gesprek.
Na hier en daar te hebben geïnformeerd werd dan toch het oude kerkhof in
desolate staat teruggevonden. Een oudere winkeljuffrouw in het plaatselijke
supermarktje beweerde iemand te kennen, die had geholpen met het schrijven van
het lied. Of dit echt waar is, valt moeilijk in te schatten, omdat de Ieren de
neiging hebben om, in hun ijver het de gasten naar de zin te maken, er een
aangepaste waarheid op na te houden.
Bij een ruïne van een kasteel werd er een picknick gehouden. Later die dag werd
in Foxford nog een bezoek aan een museum in de voormalige wolfabriek gebracht.
Willem gooide ondertussen een hengeltje uit in River Mayo.
’s Avonds werd er gezamenlijk gegeten in de gezellige kantine
annex huiskamer annex pub van campingeigenaar Alex, waarna een ouderwets Bangers
& Mash optreden volgde, dat zéér druk werd bezocht. Na een te gekke avond
volgden nog een prachtig lied, gezongen door Alex en werd "Raglan Road" á
capella adembenemend vertolkt door een klein, Iers meisje. Rond 02.00 uur sloot
een vermoeide maar tevreden Alex de pub en was het tijd, om de inmiddels wéér
natte tent op te zoeken.
Zondag, maandag, dinsdag en woensdag werden ondanks het slechte
weer op prettige wijze doorgebracht. Er volgden nog twee optredens: één in
Westport en één voor de tweede maal in de kantine van de camping. In Westport
vertelde een Amerikaanse toerist, dat hij ons in Boston op de radio had gehoord.
Hij had direct zijn zwager gebeld, omdat die verslaafd is aan het gerecht
Bangers & Mash, dat bestaat uit puree met worstjes. Wat een naam al niet te weeg
kan brengen!
Maandag
werd voor Willem een gedenkwaardige dag. Na vele vissessies had hij eindelijk
zijn eerste visje gevangen: een forel, die hij vervolgens behoedzaam en met
overgave bereidde; hij zorgde er voor, dat iedereen een stukje proefde.
Na een gezellige periode in Ballyvary werd het tijd om weer verder te gaan. Achteraf beseften we, dat we camping Carrowkeel voortaan als laatste moeten bezoeken, omdat er in Ierland geen betere is te vinden; elke camping die er na komt, is altijd van een lager niveau.
Op donderdag 11 juli werden, na een lange en vooral Ierse weg, de tenten opgeslagen op een kleine camping zonder kantine (zoals overigens de meeste campings in Ierland) in het plaatsje Dungloe in county Donegal. De eigenaar werd al na een half uur dikke vrienden met Pieta en Peter toen bleek, dat zijn hun tent aan het opzetten waren op een gereserveerde plek. Met het nodige binnensmonds gevoeter werd een nieuwe plek uitgekozen en stond de tent vrij snel. Overigens bleek, dat de "gereserveerde" plek tijdens ons verblijf in ieder geval niet werd gebruikt.
Ook Ingrid was binnen de kortste keren dikke maatjes met de vrouw
van de eigenaar, die haar onmiddellijk ten onrechte betichtte van onnodige
vervuiling van de wasruimte. Ze volgde elke beweging op de voet en voorzag deze,
waar nodig, van overbodige aanwijzigen. Douchen bleek er later ook geen echt
aangename bezigheid te zijn en de zeepautomaten boven de wastafels waren sinds
de vorige eeuw niet meer bijgevuld.
Jeroen echter had, naar zijn zeggen, zeer geamuseerd met haar staan praten en
snapte niet, dat wij onze bedenkingen hadden.
U begrijpt, we voelden ons direct helemaal thuis op deze, overigens vlak bij het
centrum liggende 3-sterren camping, al is ons absoluut niet duidelijk geworden,
waarop de sterren zijn gebaseerd.
Hier in het noordwesten van Ierland proef je nog de oude Ierse
sfeer, omdat de welvaart van de laatste tien jaar aan deze streek een beetje
voorbij lijkt te zijn gegaan. Het ziet er tamelijk armoedig uit, maar de natuur
is prachtig in zijn ruige uitgestrektheid.
Hoewel we er tot en met zaterdag zijn gebleven, kwam het op de een of andere
manier niet tot een optreden. Een geschikte pub om te spelen hebben we niet
gevonden.
Vaste prik bleven wel de meestal door Lowie verzorgde, gezamenlijke Irish
breakfasts en avondmaaltijden. De kinderen speelden heel veel met elkaar, Seán
trok meestal "Guinnessend" met de "oudjes" op en Jeffrey liet het van het moment
afhangen.
Wel werden er natuurlijk weer de nodige expedities ondernomen.
Volgende week leest u over de tocht naar het Noorden.
11 augustus 2002
Terug van weggeweest
3 weken Ierland: Water en muziek(2a:Arainn Mhór)
an de westkust
van Ierland zijn veel eilandjes te vinden. De ferry is meestal duur, ook voor de
bewoners, zodat het reizen van en naar het eiland maar beperkt wordt gedaan. Dit
heeft tot gevolg, dat van veel eilandjes de bewoners zijn vertrokken en alleen
op de wat grotere stukken rots kon de gemeenschap zichzelf in stand houden.
Voordeel voor bezoekers is, dat er geen grote hoeveelheden dagjesmensen te
vinden. Dit jaar vertrouwde een pubeigenaar ons trouwens toe: "The tourist
industry is virtually non-existent this year". Dit zou mogelijk iets te doen
kunnen hebben met het weer, dat tot nog toe nogal herfstig was. Het was zelfs zo
erg, dat ik mijn toevlucht moest nemen tot een regeltje uit een song op het
Genesis album "Trick of the tail" om nog een gunstige draai aan dit weer te
kunnen geven: "When the evil of a snowflake in June could still be a source of
relief".
Maar
deze dag mag dan fris zijn begonnen, de zon schijnt nu! We gaan met de auto naar
de ferry en besluiten de plaatselijke veerpont te ondersteunen door ook de auto
mee te nemen naar het eiland. Even later blijkt echter, dat onze plek nodig is
voor de ambulance van het eiland. Ook prima! Stok mee en een rugzak met brood,
kaas en bier; we gaan lopend. De ambulance van het eiland blijkt een
derdehandsje. Veel doorgerot plaatwerk, maar dat kan natuurlijk ook komen door
het harde klimaat, dat zowel het ijzer van de golfplaten daken als dat van de
ziekenwagen snel opvreet.
De lokale
supermarkt brengt de boodschappen, die blijkbaar vanaf het eiland kunnen worden
besteld, aan boord. Ook kolen worden in een hoek neergezet en zelfs een
wasmachine. Bovenop staat de naam van de toekomstige eigenaar: Patrick O’Donnell
.......... Die naam brengt meteen weer de tekst van die vreselijke mooie ballade
‘Kilkelly’ in gedachten:
Kilkelly, Ireland, 1860, my dear and loving son John,
Your good friend, the schoolmaster Pat McNamara’s so good as to write these
words down
Your brothers have all gone to find work in England, the house is so empty and
sad
And the crop of potatoes is sorely infected, a third to a half of them bad
And your sister Brigid and Patrick O’Donnell are going to be married in June
Your mother says not to work on the railroad and be sure to come on home soon
Zou er een
nazaat van die twee op Arainn Mhór wonen?
De reis duurt slechts kort met dit mooie weer en het is haast niet voor te
stellen hoe deze overtocht in de winter moet zijn met de torenhoge golven van
de Atlantische Oceaan. Het meisje, dat de kaartjes verkoopt, vertelt, dat de
golven aan de andere kant van het eiland dan zo hoog zijn, dat je het schuim
vanaf het vaste land boven het eiland kunt zien opspringen (Overigens beweerde
zij ook, dat "Queen’s Day" op 30 april in Amsterdam een bijeenkomst van de
homofiele Nederlanders was).

Eenmaal
aan wal is het eerste, dat we doen, een kaart kopen met alle (3) wegen van het
eiland erop. Deze is te koop bij een oud mannetje, dat dit aantrekkelijk
geïllustreerde drukwerkje vanuit zijn halletje aan de weinige toeristen
verkoopt. Omdat we nu weten hoe de wegen lopen, kiezen we ervoor, om over de
rotsen langs de oceaan naar de zuidpunt van het eiland te klauteren. Een zeer
spectaculaire route, waar je ook spectaculair diep en hard zou kunnen vallen.
Onderweg zie je zelfs op het meest afgelegen stukje gras de sporen van de
aardappelbedden, die hier ooit waren. Werkelijk elk stukje stenige grond in het
Ierland van vóór de hongersnood van 1847 werd hier kennelijk voor aangewend !
De oceaan
is te blauw om echt te zijn met zijn witte schuimkoppen en een kust, bestaande
uit door de eeuwen rond gesleten granieten rotsen. Als altijd in Ierland zijn er
wolken, maar ditmaal zijn ze wit en donzig en ….. ver weg. Aangekomen bij de
zuidpunt van het eiland moet je over het kerkhof om bij het strand te komen. En
op de uiterste rotspunt van het eiland staat een gedenkteken voor father
O’Reilly, die ervoor heeft gezorgd, dat tijdens de verschrikkelijke hongersnood
de meeste eilandbewoners de ramp hebben overleefd; opgericht in 1906 door
Patrick en Brigid O’Donnell .....?!
Hoewel het
zeer onwaarschijnlijk is, dat het hier om dezelfde personen gaat als die in het
lied worden genoemd, zoek ik toch een mooie ronde steen op het strand en leg die
bij het vervallen monumentje neer. In Kilkelly was van het kerkhof vrijwel niets
meer over, dus dit is "the next best thing to do".
Op een ronde rots gezeten nemen we kaas en brood en bier en zien in de verte op
het water een visser. Of het een mens of een zeehond is is moeilijk te
onderscheiden. Het zou ook een Selkie kunnen zijn, een zeehond, die, als zij
opdroogt, de mensengedaante aanneemt. Zittend aan de rand van Arainn Mhór lijkt
dit heel goed mogelijk.
Het wordt
tijd voor terugtocht naar de ferry en de moderne wereld. Nu maar gewoon over de
weg. Toch nog even een afsnijpaadje langs die oude huisjes daar. Door een kapot
gewaaid raam van één van deze huisjes kijk ik naar binnen en zie, dat de laatste
bewoners gewoon de deur hebben dichtgetrokken en dat zij op hun reis naar een
andere wereld niet alles mee konden nemen. Naast de haard hangen nog de
verschoten platen van de Paus en Sint Antonius. En in het roestige ledikant ligt
nog steeds een schimmelig matras met keurig opgevouwen deken. Er vallen reeds
gaten in het golfplaten dak en het zal dan ook niet lang meer duren voor er ook
van dit huis slechts de stenen muren en de verwilderde rozen in de tuin resten.
Maar dan
klinken er opgewonden kinderstemmen achter de huizen verderop. De school gaat
uit. Ondanks het overdadig aanwezige verleden leven hier toch gewoon mensen. Zij
bouwen nieuwe huizen naast de oude en er is aanstaande zaterdag disco in een
opgeknapte, oude boerenschuur.
Arainn Mhór, eiland met toekomst.
4 augustus 2002
Terug van weggeweest
3 weken Ierland: Water en muziek (deel 1)
et
is inmiddels alweer een tijd geleden, dat er weer eens wat nieuws op onze site
is verschenen. De directe oorzaak hiervan was de economische malaise, waarin de
hele wereld en met name de werkgever van uw webmaster verkeerde. Alle zeilen
moesten worden bijgezet en dan komt een hobby al gauw even in de ijskast te
staan. Maar, na regen komt zonneschijn en laten we hopen, dat die voorlopig niet
meer verdwijnt.
Gelukkig kon de tournee door Ierland, zoals deze was gepland, onverminderd voortgang vinden. We hadden er allemaal ontzettend veel zin in; ieder had zo zijn eigen redenen om eens even helemaal uit de alledaagse sleur te zijn. En waar kun je dat beter zijn dan in een andere wereld, die Ierland heet?
Omdat
van verscheidene kanten regelmatig gevraagd wordt hoe zo’n tournee in zijn werk
gaat (seks en drugs en rock & roll, drank- en ander misbruik, nachtelijke orgiën
enz. of misschien toch niet) en om je een indruk te geven van onze belevenissen
werd een dagboek bijgehouden, waaruit we hier de komende weken een aantal
belevenissen wereldkundig zullen maken. We beginnen bij het begin, de start op
29 juni, de allereerste (school)vakantiedag van 2002.
Om half 5 ’s middags
was het verzamelen geblazen voor de leden van Bangers & Mash en hun gezinnen.
Twee busjes en twee personenauto’s ronkten van ongeduld om, volgestouwd met
muziekinstrumenten, apparatuur en natuurlijk de gebruikelijke
vakantiebenodigdheden, de reis naar Ierland aan te vangen (één auto zou op een
gegeven ogenblik wel érg hard gaan ronken, maar daarover later méér).
Voor alle duidelijkheid
volgt nog even de lijst met deelnemers:
- Violiste/celliste Sjanneke met
vriend (en onze roadmanager en steunpilaar) Willem
- Mandoline, accordeonspeler en
financieel deskundige Peter, echtgenote Pieta en kinderen Seán (die eigenlijk
geen kind meer is), Jeffrey en Brendan
- Zanger, gitarist en technicus
Lowie, wederhelft Ingrid en kinderen Thijs en Anouk
- Bassist en zanger (af en toe dan)
Jeroen en dochter Amber.
Na een toeristische
route door het groene hart van Nederland, om een op de radio aangekondigde file
te vermijden, bereikten de muzikale vakantiegangers goed gemutst de haven van
Rotterdam. Daar bleek de boot naar Hull een uur later te vertrekken omdat 50
passagiers vertraging hadden opgelopen door, inderdaad, een enorme file. Ons
reisgezelschap zat toen inmiddels al volop te genieten van een heerlijke
maaltijd in het scheepsrestaurant. Er werd flink gegeten en door de jonge eters
vooral veel gelachen.
De verdeling van de hutten had, door een twijfelachtige organisatie van de rederij, enige problemen gegeven, maar toen tijdens het gezellig nazitten de slaap begon toe te slaan, wist een ieder wonderwel vlot de goede hut te vinden. Willem, Seán, Jeffrey en Jeroen bleven zitten om nog een laatste Guinness (en sapje) te nuttigen.

De eerste drie wilden
ook nog even een gokje wagen, zodat Jeroen uiteindelijk alleen achterbleef,
omdat hij liever zijn pijp dan zijn portemonnee leegt. Overigens gingen de
gokkers al heel snel ook te kooi, dus veel winst zullen de heren niet hebben
binnengehaald.
Zondagochtend waren
zelfs Sjanneke en Willem ruim op tijd uit hun scheepshangmat om vanuit Hull,
dwars door Engeland, naar Holyhead aan de andere kant van het land te scheuren.
Eerst moest er echter nog worden afgegeten en tijdens de maaltijd keken we met enige meewarigheid naar een onaangekondigde repetitie van een aantal majorettes, die op de weerbarstige tonen van een zwaar overstuurde ghettoblaster hun kunsten op de parkeerplaats vertoonden.
Holyhead werd verder
zonder noemenswaardige gebeurtenissen bereikt.
Twee dingen vielen op:
het laatste stuk weg naar Holyhead was sinds twee jaar geleden ongelofelijk
verbeterd, maar het weer verslechterde zienderogen.
Rond een uur of half
tien werden op de vertrouwde camping van Tom Halpin boven op de heuvel in de
storm vier tenten opgezet: de “My tent is my castle” tent van Peter en zijn
gezin, de “Laat maar waaien" tent van Sjanneke en Willem, de “Oud, maar nog niet
helemaal versleten” tent van Jeroen en Amber en de nieuwe "Inpakken en wegwezen"
tent van Lowie en zijn gezin.
Lowie
had maandagochtend op de autoradio gehoord, dat het toch al slechte weer van dat
moment alleen nog maar slechter zou worden en stelde voor om van het bestaande
weer te genieten zolang het nog kon.
Willem ging als enige
op de, speciaal voor dit soort gelegenheden, door hem meegenomen fiets. Na enig
shoppen werd er wat gedronken in de “Maggie Holland Bar”, waar Lowie terloops
een optreden regelde voor de donderdagavond.
Tijdens oeverloos geouweneel na het diner, waarbij werd genoten van diverse
soorten wijn en een doos vloeistof van Willem, die voor wijn door moest gaan,
kwamen Willem en Seán tijdens de Irish coffee met opmerkelijk nieuws. Ze hadden
gehoord, dat Manny English (zo heet hij écht), de onvolprezen voormalige zetbaas
van de beste pub in Kilkenny, “The Caisleán”, er toch weer zou werken.
Het weerzien de
volgende dag met Manny was hartverwarmend en besloten werd, om dat de dag daarop
te vieren met een informeel optreden van Bangers & Mash tijdens de werktijd van
Manny.
Dinsdag had Willem al
vroeg tijd en geld geïnvesteerd in een extra partytent, die met vereende
krachten naast de andere werd opgezet.
Na het gezamenlijk ontbijt daalde het niveau aanzienlijk ..... met een bezoek
aan de grotten van Dunmore.
Bij terugkomst op de camping bleken de partytenten en de wind ruzie gehad te hebben, waarbij de wind had gewonnen. Na enig herstelwerk kon de boel weer worden opgezet en bleef de rest van het verblijf zeer standvastig.
Het
optreden 's avonds werd een daverend succes. Het ging als een lopend vuurtje
door het Kilkenny Pub circuit. Dit leidde ertoe, dat we vanaf dat moment elke
avond ergens in Kilkenny konden spelen, als we dat wilden.
Opvallend was, dat juist de ballades, veel meer dan in Nederland, succes
oogstten. Bij het door Lowie gezongen nummer “Kilkelly” bijvoorbeeld kon je een
speld horen vallen en Anouk en Amber hadden gezien, dat een grote vent stiekem
zat te huilen.
De volgende avond werd
akoestisch (zoals een echte pubsessie eigenlijk behoort te zijn) opgetreden. Na
afloop zongen een aantal Ierse bezoekers tot ver na sluitingstijd liederen,
waardoor de pubeigenaar steeds zenuwachtiger werd. De “garda” (de Ierse politie)
controleert streng op de sluitingstijden en is onverbiddelijk bij overtreding.
Op het laatst werd er alleen nog maar fluisterend gezongen en gepraat en als
dieven in de nacht verlieten we tenslotte met stille trom de pub.
Was het
donderdagochtend nog droog, de rest van de dag was het regen, regen en nog eens
regen.
’s
Avonds werd optreden in de Maggie Holland pub en wederom was het gezellig en
succesvol. Zelfs een oud vrouwtje, met het uiterlijk van een in onbruik geraakt
biervat, dat op gezette tijden met dubbele tong om een nummer van Elvis Presley
vroeg ter nagedachtenis aan haar overleden broer, had, naar het aantal
leeggedronken glazen gemeten, een leuke avond.
Ook nu weer kregen we te horen, dat het zingen van songs langzaamaan uitsterft
en dat de meeste jonge folkartiesten vooral instrumentals spelen. Maar het
publiek vond het heerlijk, dat er weer eens een optreden met ballades, drank- en
strijdliederen was.
Volgende week deel 2.
11 februari 2002
The day after
Koedijk in de ban van Ierland
et is
zondagochtend 10 februari. We komen bij Pieta en Peter in Koedijk met de
gezinnen bij elkaar om de tournee door Ierland van komende zomer handen en
voeten te geven. Iedereen gooit, onder het genot van zelfgemaakte soep,
sodabread en een (uiteraard) Ierse gerookte zalm , in de groep wat haar of zijn
specifieke wensen tijdens de tournee zijn, waarna de route wordt bepaald en de
speeldata min of meer worden vastgesteld. Alle ingrediënten voor een geslaagd
bezoek aan het groene eiland zijn aanwezig en slechts de tijd is de enige factor
die ons op dit moment nog weerhoudt. Maar er volgt meer ...
Het is zondagmiddag 10 februari. We zijn met zijn allen de geluidsinstallatie en muziekinstrumenten aan het installeren voor een optreden in De Rietschoot in Koedijk. We hebben nog nooit zoveel roadies tot onze beschikking gehad. Na een kwartier loopt Lowie al geïrriteerd rond omdat er batterijen op zijn, een verlengsnoer is vergeten en een geluidsbox niet doet wat hij wil. Met andere woorden, een B & M-voorbereiding zoals elke andere, niets aan de hand dus.
In het
kader van het "Cult'uurtje", georganiseerd door stichting 't Zuydoutaerlandt, spelen we
voor de lokale bevolking en alle andere geïnteresseerden een uurtje Ierse folk.
Nou hadden we al gezegd, dat een uurtje wat kort was en dus kregen we
toestemming voor 2x 3 kwartier.
De organisatie hoopte zo'n 50 tot 60 personen binnen te krijgen. Nou, dat lukte.
Rond 14:40 uur waren ze binnen, maar de stroom mensen hield aan en toen we
begonnen, waren ze met ruim 180 binnen!
En het
werd feest! We hadden een geweldig luisterpubliek in de leeftijd van 1 tot . . .
. behoorlijk bejaard zullen we maar zeggen.
Voor ons was het alweer enige tijd geleden dat we voor een dergelijke zaal
hadden gestaan en het was een verademing ook weer eens de mooie ballades ten
gehore te kunnen brengen. "Kilkelly" en "The Band Played Waltzing Mathilda"
waren de grote uitschieters, maar ook de feestnummers kregen veel bijval.
Koedijk wilde een feestje en dat kregen ze. Ook voor ons was het een feest, want
als de zaal meedoet lijkt het spelen vanzelf te gaan. Onze beide cd's mochten
zich op een grote belangstelling verheugen, zodat met name "Dirty Dishes" nu
vrijwel is uitverkocht.
Na afloop was iedereen moe maar voldaan, een zalig gevoel na zo'n middag. En als je dan "the day after" helemaal in je eentje nog eens rustig terugdenkt kun je alleen maar concluderen: Wat is het toch heerlijk om muziek te (mogen) maken en een ander daar een zo groot plezier mee te kunnen doen!

Koedijk en Zuydoutaerlandt: Bedankt!

19 januari 2002
Vrijwilligersavond
Catharinaparochie
Barneveld
ls
dank voor hun inzet kregen de vele vrijwilligers van de parochie een bijzonder
gezellige avond aangeboden met een Iers tintje.
De avond begon in de kerk met een optreden van de groep "Bangers & Mash". Ze
brachten Ierse volksmuziek ten gehore. Na de pauze zetten zij de avond voort en
werd de stemming steeds beter; vooral nadat pastor Jos van Os het podium beklom
en zorgde voor heel wat hilariteit. Daarna was het tijd voor een hapje en een
drankje op diverse locaties in het parochiecentrum.

Overgenomen van http://home.hetnet.nl/~bveldvoorth/
1 oktober 2000
Uit de serie Terugblik op de Ierland Millennium Tour
It’s not the reason I left Mullingar
l
jaren lang staat het prachtige The Reason I Left Mullingar op ons
repertoire. Toch hadden we het nog nooit in An Muilleann Cearr, de hoodstad van
county Westmeath, zelf ten gehore gebracht. Toen wij dus op enige kilometers
afstand onze tenten hadden opgeslagen besloten we, dat het er nu toch maar eens
van moest komen.
8
augustus
Des avonds, na de maaltijd, parkeerden we de auto in
het centrum van deze stad met zo'n 13.000 inwoners. Het viel meteen op, dat hier
geen grote toeristenmassa’s zijn. Des te beter!
Waren bijna al onze optredens vanuit Nederland geregeld, hier kenden wij niemand
en niemand kende ons.
Het
werd dus een erezaak om juist hier een optreden te kunnen regelen.
Al lopende door de stad bleken nogal wat pubs de rare gewoonte te hebben om
vanachter gesloten gordijnen te werken. Dat was dus niks. Op de hoek van de
hoofdstraat met de A27 richting Tullamore leek een leuke kroeg te zitten. Tijd
voor een pint dus.
Binnen was het echt Iers: turfvuur in de haard, bruin en oud
interieur, vol en erg druk. Maar de pub was in delen gesplitst. Niet erg handig
als je een band neer wilt zetten. Toch nog maar even verder kijken.
In de etalage van een CD-winkel hingen posters van voorbije
optredens. Op enkelen stonden de namen van beroemde artiesten, die hadden
gespeeld in theater the Stables. Niet ver daarvandaan hing een
uithangbord met het opschrift Yucon, The Stables. Zou het . . .? Ja,
hoor!
Het was er behoorlijk druk, zowel voor de deur als binnen. Dat is altijd een
goed teken. We bestelden weer een pint.
Het was een veel modernere kroeg dan we tot dusver hadden gezien. Er was een
muziekinstallatie, een TV en een soort gokkast, waar je voor IE£ 1.- een
kwartier kon internetten. De wat oudere dame achter de bar leek me de juiste
persoon voor het aanbieden van een topband.
“Hebben jullie morgen ook live muziek?”
“Nee, sorry, maar het is net Bank Holliday geweest en zo . . .”
“Wat zouden jullie zeggen van een prima band voor morgenavond, die eigenlijk
veel te goedkoop is?”
“Wat speel je dan?”
“Ierse traditionele liederen en wat gouwe ouwe in een Iers jasje.”
“Oh, nee, dat soort muziek hebben we hier nooit . . . maar vraag het de eigenaar
maar, die komt zo.”
Intussen was de artiest van die avond begonnen met zijn eerste
set. Ride On van Christie Moore zong hij bijvoorbeeld. “Nou, dat
kunnen wij ook.”
De eigenaar bleek een wat oudere, grijze, maar vitale man, die ons uit
beleefdheid even te woord stond. Nadat hij onze enthousiaste verhalen had
gehoord over de optredens, die we al achter de rug hadden, bood hij ons een glas
aan. Tijdens het daarop volgende gesprek kwam onze folder op tafel; die kwam
kennelijk erg professioneel over. Het werd zelfs erg gezellig en hij liet ons
het achterliggende theater, the Stables, uitgebreid zien. En natuurlijk
speelden we uiteindelijk de volgende avond dus wel!
9 augustus
Rond 11 ’s-morgens uur brachten we even wat posters en vermaakten ons die dag in
Tullamore, onder andere bij de gelijknamige stokerij.
Om 20.00 uur arriveerden we bij de Yucon en begonnen de inmiddels
routineuze klus van uitladen, opbouwen en afstellen. Om 21.00 uur zat er een
leuk groepje luisteraars aan de bar. In Ierland mag je dat overigens letterlijk
nemen. We waren bijzonder goed ingespeeld na al die weken Ierland en we speelden
zeer gedreven. En dat kwam over ook! Een groepje jongens aan de bar zat wat
mobiel te bellen en lieten kennelijk horen, dat er een leuke band speelde deze
avond.
Na de eerste pauze werd het behoorlijk druk. De hele sfeer in de pub leek ons
vleugels te geven, waardoor je jezelf hier en daar dingen hoort spelen en zingen
waarvan je denkt: “Wow!” Bij de derde set was het compleet vol voor het podium
en of we nu ballades speelden of up tempo classics, het werd met elke song een
mooiere avond.
Na afloop vroeg George, de eigenaar, of we trek hadden in een speciale likeur
uit Canada. Hij bleek daar lange tijd gewoond en gewerkt te hebben. Bovendien
vermoedde hij, dat we wel hongerig zouden zijn en had dus wat chicken ‘n’
chips laten komen. We werden uitgenodigd om boven in zijn keuken te komen
eten, drinken en praten. Natuurlijk moesten we snel terug komen en hem dat dan
op tijd laten weten, zodat hij reclame kon maken voor een optreden in zijn
Stables. Om 3 uur ’s-nachts verlieten we moe en vol, maar voldaan het
inmiddels rustig geworden centrum van Mullingar.
En net als in de beroemde ballade konden we eigenlijk geen reden
verzinnen om hier weg te gaan.
Warm Ierland op z’n best!
27 september 2000
Uit het Noorhollands Dagblad (door Pieter de Lange)
Ierse keuken verrassend culinair: Chef-kok Edward van Heezick pakt bij VEN in Alkmaar uit met gastronomische dis

nder het Keltische motto Céad Mile Fáilte onthaalde chef-kok Edward van Heezick
van restaurant De Koperen Ketel uit Heerhugowaard zijn gasten op gastronomische
wijze. Voor een geslaagde entourage tekende de Uitgeester band
Bangers&MasH.
Een glas befaamd donker Guinness-bier en een oester, aangereikt door Paul Moes
van het Heerhugowaardse restaurant, vormen een wonderlijke entree van een rijke
dis.
Van Heezick
biedt als voorgerecht rolletjes gerookte Ierse zalm met een crême van
mierikswortel, geserveerd op een salade met traditionele appelpannenkoekjes. Op
tafel staat ook een mandje met bruin sodabread.
De zalm wordt gevolgd door Molly Malone's vissoep met kokkels en mosselen,
garnalen met staart, kabeljauw en wijting.
Het hoofdgerecht vermeldt roastrib of beef, geserveerd op colcannon met een saus
van kappertjes.
Als nagerecht heeft chef Van Heezick voor zijn gasten Ierse whiskey trifle in
petto.
Een glaasje milde Tullamore Dew is tot slot een prima digestief.

De
combinatie van muziek en eten is voor de Koperen Ketel een beproefde formule. Op
16 februari 2001 organiseren Marianne en Paul Moes opnieuw een Ierse diner-avond.
Edward zorgt weer voor een aantal culinaire hoogstandjes en
Bangers
& Mash
zorgt natuurlijk voor de
bijbehorende muziek.
Wilt u er bij zijn, neem dan snel contact op, want vol is vol en de avonden
genieten inmiddels een grote populariteit.
U vindt De Koperen Ketel aan de Middenwaard 65a te Heerhugowaard. Telefonisch
reserveren kan ook onder nummer 072 574 50 16.